Startpagina
Kerkdiensten
Agenda
Wie Wat Waar
Handreiking
    Apr 2012
    Mar 2012
    Dec 2011
    Nov 2011
    Okt 2011
    Sep 2011
    Jul/Aug 2011
    Mei 2011
    Mar 2011
    Jan/Feb 2011
    Dec 2010
    Nov 2010
    Okt 2010
    Sep 2010
    Jul/Aug 2010
    Juni 2010
    Mei 2010
    April 2010
    Maart 2010
    Jan/Feb 2010
Wijkindeling
ZWO Activiteiten
Kerkenraadsvergaderingen
Concerten in de kerk
De Willibrordkerk
Symbolen in de kerk
Kinderen dopen
Trouwen in de kerk
Beleidsplan 2008-2013
Links
Webmaster
Zoeken

Diensten onder de loep

Laudes Organi!
“Wie zingt bidt dubbel” (Augustinus)

“Muziek drukt vaak datgene uit wat in woorden niet gezegd kan worden”

Muziek in de eredienst is niet zomaar ‘versiering’, het heeft een functie die de verkondiging onderstreept en dus ook een boodschap uitdraagt!
Die boodschap probeert ondergetekende in ieder geval uit te dragen door zorgvuldig literatuur uit te kiezen die een duidelijke functie heeft in het geheel van de dienst.

Zondagmorgen tien minuten voor de dienst.
Veel mensen zitten al op hun vaste stek in de kerk en wisselen het laatste nieuws uit. Het geroezemoes wordt plotseling vermengd met zachte klanken, waarin we een bekend geestelijk lied herkennen: de organist is begonnen. Het orgel speelt - want zo zeggen we het vaak - een aaneengesloten fantasie van psalmen, gezangen en opwekkingsliederen, die ten einde komt op het moment dat de predikant en dienstdoende ouderling binnenkomen.
Met dat de dienst ‘begint’ verandert ook de functie van het orgelspel: van achtergrondmuziek is nu de begeleiding van de gemeentezang geworden.
Toch heeft ook het orgelspel voor de dienst wel degelijk een functie: in de geest van de liturgie probeert de organist aan te sluiten bij de te zingen liederen en de te lezen schriftlezingen. Zeker het orgelkoraal na de aankondiging heeft een duidelijke liturgische functie en sluit aan bij de actualiteit van het kerkelijk jaar.
De functie van het orgelspel tijdens enkele andere momenten in de eredienst is soms moeilijk te omschrijven; we horen voorspelen, eventuele tussenspelen en muziek tijdens de collecte. Als de dienst afgesloten is door de slotzegen, wordt het sein: ‘lopen maar!’ ook gegeven door de organist, die dan meestal flink wat toeters en bellen uit de kast trekt. Toch wordt ook hier weer duidelijk aangesloten bij het karakter van de dienst en hoopt de organist niet alleen een feestelijk ‘postludium’ ten gehore te brengen, maar ook een boodschap die het karakter van de dienst onderstreept.
In dit kader is het van groot belang dat een goede samenwerking tussen de dienstdoende predikant en de organist onderhouden wordt! Het ‘orgelbriefje’ dat een kwartier voor aanvang van de dienst overhandigd wordt is gelukkig al lang verdwenen en kan de organist minimaal twee dagen van te voren het muzikale gedeelte ‘invullen’. Dat vraagt van hem dan zeker ook inzicht in de liturgie en kennis van zaken met betrekking tot kerkmuzikale praktijk en benadrukt tevens de verantwoording die men als kerkmusicus heeft. Niet voor niets kan men aan een muziekvakopleiding ook ‘Kerkmuziek’ studeren, hetgeen duidelijk de emancipatie van de kerkmuziek onderstreept.
Geschiedenis
De plaats van het orgel in de eredienst is bepaald niet altijd vanzelfsprekend geweest. Zo is menig instrument tijdens de Beeldenstorm van de galerij getrokken omdat het ‘zo’n rooms ding met beelden’ was. Calvijn tolereerde het orgel weliswaar in het kerkgebouw, maar tijdens de eredienst diende het te zwijgen. Toen na de reformatie bleek dat de soms duizendkoppige samenzang wel erg moeilijk in toom was te houden, werd het gebruik van het orgel als begeleidingsinstrument steeds meer toegestaan. Bestaande orgels werden verbouwd en vergroot, zoals die van de Laurenskerk te Alkmaar en de Groningse Martinikerk. Ook werden er veel nieuwe orgels gebouwd; de beroemde instrumenten in de Oude Kerk te Amsterdam, de Haarlemse Bavokerk en de Bovenkerk van Kampen zijn daar voorbeelden van.

Huidige praktijk
De bekende kerkmusicus Frits Mehrtens schreef eens de gedenkwaardige woorden: ‘De lofzang is de troon van God en niet de klapstoel voor onze religieuze behoeften’ (vrij naar psalm 22). Werk aan de winkel dus! Een aantal zaken is al lang genoeg (op hun klapstoel) blijven liggen:
- stimulansen en bijscholing voor de huidige generatie organisten
- een inventarisatie van andere mogelijkheden van gemeentezangbegeleiding
- veel meer aandacht voor de zondagse liedpraktijk: wat zingen we en waarom?

Wij mogen ons gelukkig prijzen dat de Willibrordkerk een cantor heeft aangesteld en in die cantorij de predikant en zijn vrouw een actieve rol hebben. Dit onderstreept de integratie van liturgie en de functie van muziek daarin. Natuurlijk heeft het orgel geen monopoliepositie in de eredienst; een goede koperblazergroep kan bijvoorbeeld ook prachtig zijn. Maar wie organiseert, wie componeert, wie dirigeert? En niet alle instrumenten zijn geschikt; zo heeft een piano vaak te weinig draagkracht als het om een grote groep mensen gaat. Bovendien vragen de meeste kerkliederen om een klank die ‘mee-ademt’ met de gemeente. Instrumenten als (dwars)fluiten, violen en gitaren zijn te zacht voor de gemeentezangbegeleiding. Het geheel elektrisch versterken levert vaak slechte resultaten op; uiteindelijk luister je dan naar een stel speakers, en niet naar de instrumenten! Een kistorgel in het koor zou een zeer goede oplossing zijn. Het orgel houdt het niet voor niets zo lang vol: het kan door één persoon bediend worden en heeft genoeg draagkracht voor grote groepen mensen!

Uitroepteken: toekomst!
Een paar gedachten over liturgie om mee te nemen:
- Liturgie is iets dat kerken verbindt; verticaal (liturgie in de hemel), horizontaal (kerken over de hele wereld) en in de tijd (eeuwenoude gebruiken die hun oorsprong in de Bijbel vinden).
- Op grond van het voorgaande is het dus belangrijk om goed na te denken over eventuele veranderingen; vragen als: is het functioneel? en: vinden we het wiel niet opnieuw uit? kunnen gemakkelijker beantwoord worden als we die verbindingslijnen goed kennen.
- Lage drempels zijn populair. Ze zorgen echter meestal eerder voor een exodus dan voor een intocht.
- Over smaak - ook bij liturgie - valt wel degelijk te twisten. Net als verschillende gaven ontwikkel je het. De smaak van de meerderheid is in de kerk nooit het uitgangspunt. We zijn immers een theocratie en geen democratie.
- Kende u het gebod van David (II Kronieken 8: 14) al?



Naar boven

College van Kerkrentmeesters / Handjesreiking